20 september 2013

Hilgeman


Naamtype: adresnaam 

Aantal: 1947: 25 in Woerden, 119 in Nederland;
2007: 36 in Woerden, 235 in Nederland

Gezicht vanaf de Mijzijde op Kamerik, met op de voorgrond de schuit van beurtschipper Hilgeman, omstreeks 1925 (Collectie RHC Rijnstreek en Lopikerwaard)

Naamdrager 1947: Jan Hilgeman (Kamerik 1886 - Utrecht 1963), beurtschipper, woont Kamerik B35, in 1960 vernummerd in Mijzijde 36, zoon van Pieter Hendrik Hilgeman (Kamerik 1858 - Utrecht 1910), koopman, en Maria Klazina den Buurman (Woerden 1864 - Kamerik 1926).
Hij trouwt Kamerik 1919 Maagje van Koerten (Kamerik 1888 - Woerden 1962), dochter van Roelof van Koerten (Barneveld 1839 - Kamerik 1904), metselaar, en Maria de Lange (Kamerik-Mijzijde 1855 - Kamerik 1937)  Uit dit huwelijk volgens de persoonskaart van het bevolkingsregister: Pieter Hendrik Hilgeman (Kamerik 1924).


Inschrijving (onderaan) van Johann Henrich Hilgemann in het lidmatenregister van Linschoten, 1808. Eerder zijn in 1806 en 1807 drie van zijn plaatsgenoten uit 'Line in Tecklenburg' ingeschreven. (RHC Rijnstreek en Lopikerwaard, DTB Linschoten 93B)

Herkomst: Lienen (Nordrhein-Westfalen, Duitsland) > Kamerik
Hendrik Hilgeman (Lienen omstreeks 1784 - Kamerik 1866), klompenmaker, vestigt zich in 1809 met attestatie van de gereformeerde kerk van Linschoten in Kamerik (als Johan Hendrik Hilligeman). In dat jaar wordt in Kamerik Hermanus Hilgeman gedoopt, uit zijn huwelijk met Lena Zaal (Benschop 1788 - Kamerik 1866). In 1808 is hij als Johan Heinrich Hilgemann ingeschreven in het lidmatenregister van Linschoten. Twee naamgenoten gingen hem voor: Johannes Hermanus Hilgeman (ingeschreven 1798, later vertrokken naar Waarder) en Johannes Eberhard Hilgeman (ingeschreven 1804, later vertrokken naar Kamerik).
Deze Hilgemannen hoorden tot Duitse 'Hollandgänger', seizoenarbeiders die vanuit Lienen naar Linschoten trokken. Sommigen van deze 'kettingmigranten' vestigden zich in de regio Woerden. Ze leven hier tegenwoordig nog voort in familienamen als Grundmann, Kriege en Schlingmann. Velen van hen waren (ook) klompenmaker, een ambacht dat in de streek waar zij vandaan kwamen in de winter als nevenberoep werd uitgeoefend door boeren.

Literatuur: F. Schlingmann, 'Linschotengänger (1767-1829)', Heemtijdinghen 34 (1998), nr 2, 48-60. Ook beschikbaar op internet

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen